Mores
Heeft de geschiedenis ons niet geleerd dat het onzinnig is om De Vijand buiten onszelf te zoeken? Toch gaat dit gewoon door. Steeds weer zien we hem in een andere gedaante opdoemen. Verkleed als jood of moslima, vaak is hij zwart, maar hij kan ook wit zijn of Palestijn.
Zoveel makkelijker is het de vijand buiten onszelf te verslaan, de ander, het wezenlijk andere, dat ons angst aanjaagt, omdat het onze eigenheid lijkt aan te tasten, dat wat wij w�rkelijk zijn. Of lijken te zijn, denken te zijn. Een aangenomen identiteit, doorgegeven van vader op zoon of van moeder op dochter: dit is wie je bent, hoe wij de dingen doen, onze stam. Niet anders. Als je het anders doet, hoor je er niet meer bij, kun je vertrekken, hoor je bij het Andere Kamp. Wij gebruiken gele oker om ons gezicht te versieren en geen rode aarde. Wij wassen af van links naar rechts of zetten de borden bovenin de afwasautomaat. Wij blonderen ons haar en kammen het naar achteren. Wij weten precies wat de regels en de normen zijn en als je je daar niet aan houdt kun je oprotten.
We bewaken onze identiteit, die kennelijk afhangt van allerlei kleine en grote voorschriften, bewuste en onbewuste normen. Het wij-gevoel is erg belangrijk. Het geeft samenhang en continu�teit, het gevoel dat je er niet alleen voorstaat.
Je bevestigt elkaar in kleding, haardracht, gebruiken, in dat wat je wel of niet eet, wel of niet doet. Het maakt eigenlijk niet zoveel uit hoe die kleding eruit ziet of wat de etensvoorschriften zijn, als het maar hetzelfde is als van de andere leden van de stam. Natuurlijk zijn er kleine varianten mogelijk, een iets anders getinte spijkerbroek, die net iets lager hangt. Je hakenkruis net wat groter getatoe�erd of op je voorhoofd. Je plooirok met grotere ruiten. Allemaal heel acceptabel.
Maar er helemaal buiten vallen is bedreigend, je voelt je kwetsbaar, weerloos, je geniet geen bescherming meer. Niemand die zich geroepen voelt om jou te helpen, als je geen deel uitmaakt van de groep. Zoek het dan zelf maar uit.
Bij sommige groepen zijn de banden zo sterk, dat je zelfs familie wordt, je wordt volledig als broer of zus opgenomen, maar bij overtreding van impliciete of expliciete familiewetten zijn de sancties enorm: volledige uitstoting of de dood, want schending van de stamwetten is hoogverraad en daar staat de doodstraf op.
Toch zou je denken dat een politicus die geleerd heeft om een beetje na te denken zich bewust zou moeten zijn van zijn eigen primitieve uitspraken. Hanteert hij ze ook bewust en is hij slechts uit op macht, gedragen door een bevolkingslaag vol onbewuste vooroordelen? Is hij net zo manipulatief als Macchiavelli. Of gelooft hij zijn eigen praatjes zelf?
De tijd zal ons leren. Mores.
Copyright Marlies van Boekel, 2011

De verveelde koning
Je zou het niet zeggen, maar de klant is nog altijd koning. Zijn wensen worden zo geanticipeerd, dat hij niet eens de tijd heeft om verveeld te raken.
Voordat hij uitgekeken is op zijn laatste speeltje liggen er al weer varianten met de allernieuwste snufjes in de winkel, nu nog sneller, nog vernuftiger, nog mooier, nog kleiner, nog platter, met nog meer mogelijkheden.
Hetzelfde geldt voor kleding en dan vooral voor schoenen. De klant kan kiezen uit een bijna oneindige reeks variaties in kleur en modellen, waarbij de laatste modellen en kleuren natuurlijk de meest begeerlijke zijn. Zodat geen enkele schoenenkast meer groot genoeg is en de slaapkamer zelf wel een schoenenwinkel lijkt.
Vandaag zag ik weer eens een reportage over het schrijnende contrast met een andere plek op de wereld, waar kinderen onze afgedankte computers, die zgn. gerecycled worden, in brand steken om het kostbare koper er tussenuit te kunnen halen. En intussen zwaar giftige dampen inademen. Daar geen verveelde koning, maar slechts overleven van dag tot dag. Hoe kunnen we?
� Marlies van Boekel, 2011

Context
Context maakt de dingen vertrouwd: oh ja, dat hele bekende dat ik al 1.000 keer, zo niet 10.000 keer gezien heb. Je weet wat het is. Je kijkt niet meer echt. Je neemt niet meer echt waar. Dat wat je dagelijks ziet en ervaart is bekend. Overbekend zelfs. Saai. Het prikkelt je zintuigen niet meer. Het daagt niet meer uit. Is niet meer verrassend. O ja, dat weet ik nou wel. Gaap.
Saai. Maar misschien ook wel veilig. Je raakt eraan gehecht. Het geeft je ook zekerheid en zelfvertrouwen. Vanuit het reeds bekende kun je ook stappen verder zetten, onbekendere delen van de wereld ontdekken. Zoals poezen dat doen en konijnen: vanuit het kleine bekende cirkeltje maken ze de kring steeds groter, durven ze steeds verder te gaan in hun ontdekking van de wereld om zich heen. Maar als er iets is dat hen schrik aanjaagt rennen ze snel weer terug naar hun vertrouwde plekje. Zo is het bij ons ook: de wereld vlak om je heen is vertrouwd en bekend. Het biedt je daardoor een stabiele basis.
Als je op vakantie gaat naar een vreemde omgeving is alles plotseling niet meer vertrouwd en bekend. Alles is anders: geuren, gewoontes, etenstijden, het soort eten, de taal, het klimaat. Dat prikkelt je en daagt je uit. Het is interessant, je wordt gedwongen om dingen anders te doen, anders te denken en te kijken. Alles wat je ervaart is nieuw. Daardoor voel je je zelf ook nieuw. Je laat je vertrouwde context los en komt in een nieuwe context.
Hier is ook nog steeds samenhang. Er zijn andere afspraken gemaakt, maar er zijn nog steeds afspraken, impliciet of expliciet. Na een tijdje in zo�n nieuwe omgeving weet je ook weer wat je kunt verwachten en kun je daar rekening mee houden. Wat prikkelt en verwart is het onverwachte. Dat wat je op het verkeerde been zet. Je wordt er enerzijds door uitgedaagd, maar je kunt er ook boos van worden, omdat het je onzeker maakt. Het vertrouwde, het bekende is ineens weg, blijkt plotseling anders te zijn. Je moet loslaten hoe je dacht dat het was.
Gezamenlijke afspraken zijn als een gezamenlijke illusie. Je hebt niet het idee, dat je gek bent, als je in Nederland een pannenkoek eet met pindakaas. Als je er gebakken sprinkhanen op strooit wordt er op zijn minst wenkbrauwfronsend naar gekeken en wil niemand bij je komen eten.
Loop je op het strand met alleen een lendendoekje om, is niemand verbaasd. Doe je ditzelfde in Leiden, op de Haarlemmerstraat, ingesmeerd met rode menie -iets wat in midden Afrika juist weer het toppunt van goede smaak is- word je onmiddellijk opgepakt en aan een psychiatrisch onderzoek onderworpen. In Amsterdam kan dit overigens weer wel. Daar kijkt niemand meer waar dan ook van op.
Bij dementie en tijdens een psychose lijkt alles zijn context te verliezen. Er is geen logische en vertrouwde samenhang meer tussen gebeurtenissen en voorwerpen. Soms verdwijnt de samenhang volledig, soms ontstaat er een nieuwe samenhang volgens een eigen logica, die niet te begrijpen is door de omgeving.
Kunstenaars hebben het vermogen om de vertrouwde omgeving met nieuwe ogen te bekijken. Ze halen voorwerpen uit hun context en plaatsen ze in een andere context, waardoor ze plotseling een nieuwe en andere betekenis krijgen of op zijn minst met andere ogen worden bekeken.
Ze veranderen kleuren en bekende vormen, geven een nieuwe interpretatie aan lichaamsvormen, houden zich bewust niet aan bestaande afspraken over hoe iets is of hoort te zijn. Dat roept vaak in eerste instantie woede en verontwaardiging op: je houdt je niet aan de afspraak, je verstoort het wereldbeeld. Het boezemt ook angst in. Het vertouwde blijkt ineens niet meer helemaal waar te zijn. De toeschouwer wordt onzeker. Dat wat hij altijd als echt en waar zag, is dat niet meer. Het wordt a.h.w. ontkend door de nieuwe en onverwachte visie van de kunstenaar.
Sinds het ontstaan van de moderne kunst zijn we als publiek wel wat gewend. Er is weer een context waar we de ons gepresenteerde beelden in kunnen plaatsen. Er is herkenning: o ja, moderne kunst. Ook nu is het weer moeilijk om nog verrast te worden. Wat zou de kunstenaar nog kunnen doen om net iets meer dan beleefde belangstelling aan zijn publiek te ontlokken? Hij is als de hofnar, die zijn hele arsenaal aan trucs en grappen al heeft uitgeprobeerd op de verveelde koning om toch steeds weer te horen: We are not amused.
Prikkelen, uitdagen, shockeren, weer opnieuw laten zien, voor het eerst laten zien. Een bijna onmogelijke taak voor de hedendaagse kunstenaar die te maken heeft met een uiterst verwend publiek. Been there, seen it all, is de boodschap.
Misschien dat er nog maar 1 mogelijkheid overblijft en dat is: jezelf verassen, zodat er in ieder geval 1 iemand is die blij is met elk nieuw en onverwacht kunstwerk.
Copyright Marlies van Boekel

Elastiekje
Via de ortho moet bij mijn dochter een eigenwijs schuinstaande hoektand, die niet wil doorkomen, te voorschijn getoverd worden. Bij de tandarts is het tandvlees opengesneden en is er een slotje op geplaatst. O, dus dat is de bracket, waar ze het de hele tijd over hadden, besef ik nu. Hij ziet er net zo uit als de andere slotjes, maar zit alleen een stuk hoger. Daarna moesten we weer naar de ortho om alles met elkaar te laten verbinden en zo via een ingewikkelde ingreep de hoektand naar buiten en beneden te trekken.
Ik vraag me af hoe de ortho dat gaat doen: als hij de hoektand via een ijzerdraadje verbindt aan de andere tanden en kiezen wordt de tand alleen maar naar beneden getrokken en valt hij er straks met wortel en al uit.
De oplossing is zo simpel dat ik het zelf had kunnen bedenken. Ik wou ook dat ik het zelf had bedacht, want dat had weer een hoop geld gescheeld.
Er wordt een elastiekje gespannen vanaf het slotje op de tweede kies naar het slotje op de hoektand. Simpel. Het aanbrengen ziet er ook heel eenvoudig uit.
We moeten het daarom ook zelf steeds verwisselen en krijgen een zakje mee met 100 van die gewone kleine elastiekjes die bij elke kantoorboekhandel te verkrijgen zijn plus, als hulpmiddel, een ijzerdraadje dat in een krul is gebogen, zodat er een soort haakje ontstaat, waarmee je het elastiekje uit kunt rekken.
-Wil je nog even oefenen?, vraagt de assistente, maar nee, dat lijkt ons niet nodig. De bedoeling is duidelijk. Het elastiekje moet twee keer per dag verwisseld worden. Een keer s avonds en een keer s ochtends voor schooltijd. En succes ermee!
We proberen het s avonds alvast even uit. Kan niet moeilijk zijn. Dat denk je ook altijd als je turners moeiteloos een dubbele salto ziet uitvoeren. Je zou het zo na kunnen doen.
Bij het plaatsen van het elastiekje, realiseer je je dat ook achter de behendige vingers van de ortho en diens assistente een jarenlange training schuilgaat, waardoor deze ogenschijnlijk eenvoudige handeling niet zomaar te evenaren is.
Bij de ortho zag ik geen elastiekjes door de kamer schieten of in het niets verdwijnen in de mondholte, hoorde ik mijn dochter ook niet hard schreeuwen vanwege de pijn die het haakje veroorzaakte op haar nog steeds gevoelige tandvlees. Of kreunen: Je duimnagel prikt in mijn wang!
Het was me ook niet opgevallen, dat er allemaal zweetdruppels op zijn rood aangelopen gezicht stonden of dat hij inmiddels zijn veel te warme doktersjas had uitgetrokken en de patient, goochelend met zijn leesbril, toesnauwde: Zit stil, hoofd achterover, des te eerder is het voor elkaar!, terwijl zijn assistente hem bijlichtte met een zaklantaarn.
Uiteindelijk vele pogingen en elastiekjes verder, ontdekt dat het hoofd in een enigszins zijwaarts gedraaide hoek achterover moet liggen, de lippen vooral ontspannen moeten zijn, het elastiekje eerst, zonder haakje, op de tast rond het achterste slotje moet worden aangebracht met de linkerwijsvinger (nagelkant naar buiten gedraaid, nadat de nagels eerst geheel kort geknipt moeten zijn), het elastiekje vervolgens een beetje moet worden opgerekt met duim en wijsvinger, waarna het haakje moet worden aangebracht om het verder uit te rekken, zodat de patient vervolgens zelf het haakje met daaraan -hopelijk nog steeds vast- het rechter uiteinde van het elastiekje om dit -in verband met nog steeds pijnlijk tandvlees- zelf om het hoektandslotje te plaatsen.
Gelukt! We laten het nu maar bij eenmaal per dag, omdat we onszelf goed genoeg kennen om niet te verwachten, dat dit staaltje van harmonieuze samenwerking s ochtend voor schooltijd realistisch is.

Copyright Marlies van Boekel

HOERA
Voor haar zevende verjaardag kreeg mijn dochter van een vriendinnetje de letters HOERA van spekkies. Ze waren los aan een stokje geregen en vrolijk en kleurrijk verpakt in doorzichtig plastic. Na afloop van haar verjaardag, toen de ouders kwamen om hun kinderen op te halen, was ze bezig met het opeten van de eerste letter. Het was de letter H. Trots toonde ze het resultaat aan alle aanwezigen. Toen ze hem ophad, realiseerde ik me pas, dat ze ook met de letter A had kunnen beginnen. Soms zijn de goden je genadig.
� Marlies van Boekel, 2010

Potlood 1
Een hele winter lang gaf ik s avonds les in Maassluis. Komend vanuit Leiden stapte ik in Rotterdam over op een kleinere trein. Het was nog voor de Sprinter en de trein was nog niet zo goed verlicht. Op de heenweg rond een uur of zeven was het treintje overvol, op de terugweg om tien uur uitgestorven.
Ik bevond me vaak helemaal alleen in een summier verlichte coupé en regelmatig kwam er dan in de loop van de rit wel weer een schutterige man tegenover me zitten, niet oud en niet heel jong, altijd een ander, maar altijd herkenbaar aan een uiterlijk, dat enigszins onverzorgd was met vet niet goed geknipt haar en slecht zittende kleding. Geen beige regenjassen, maar nylon Zeemanjacks uit de tijd dat Zeeman echt nog niet kon, in felle out of season kleuren. Altijd net ruim genoeg om over het kruis te vallen, zodat er een bewegende hand onder kon en je zogenaamd niet kon zien wat ze aan het doen waren.
Er was geen ontsnappen mogelijk. Als ik op een andere stoel ging zitten, kwamen ze gewoon achter me aan en vervolgden hun werkzaamheden met hernieuwd enthousiasme, misschien zelfs tevreden over het uitstel en het idee van achtervolging.
Eén keer liep ik helemaal door naar voren op zoek naar een conducteur of andere passagiers, vond niemand en bleef, omdat we er bijna waren, maar staan in het halfduistere halletje.
Mijn belager had het niet opgegeven, was mij gevolgd en pakte de draad weer op, nu staand tegenover mij. Ik besefte dat er geen ontkomen aan was en hoopte dat we snel op station Rotterdam CS zouden zijn. Ik probeerde me intussen maar zoveel mogelijk te verdiepen in langsflitsende lichten buiten, afgewisseld met mijn eigen spiegelbeeld en negeerde de bezige man van onbestemde leeftijd tegenover me.
Eindelijk naderden we het eindpunt en aan de geluiden kon ik horen dat dit ook voor hem gold. Toen hij uitstapte, zei hij nog heel beleefd Dankjewel, dus hij was in ieder geval wel netjes opgevoed.
© Marlies van Boekel, 2011

Potlood 2
Wat mij nog het meest verbaasde was dat de jong oude mannen hun activiteiten niet alleen ontplooiden in de halfduistere verlaten treinen op de terugweg, maar ook soms in de overvolle afgeladen spitstrein van de heenweg.
Wat kan je gebeuren zou je denken als je op elkaar gepakt zit met zijn vieren met daarnaast nog tientallen passagiers staande in het gangpad, maar het gebeurde regelmatig dat als er een plekje tegenover mij vrij was, één van de onzekere wat viezige types tegenover me ging zitten.
Soms had ik aanvankelijk nog niets in de gaten en merkte ik het door de starende blik en de gefixeerde glimlach. Daarna zag ik pas het enigszins rood aangelopen hoofd en de ritmische beweging onder het knalblauwe of rode windjack.
Als ik om me heen keek, leek het of verder niemand iets merkte. De andere passagiers bleven met elkaar kletsen over alledaagse voorvallen of lazen de krant, zich blijkbaar niet bewust van de tersluikse pornoscène die zich onder hun ogen afspeelde.
Of is dit hoe de dagelijkse routine werkt? Ook al gebeurt er iets merkwaardigs, dat afwijkt van het normale, doen we net of we dat niet hebben opgemerkt of draaien ons hoofd weg, zoals we dat bij dronkenlappen doen of bedelaars of jengelende kinderen van anderen.
Als ik geïrriteerd opstond om niet langer te dienen als driedimensionale illustratie uit een pornoblad, keken mijn medereizigers verbaasd op. Wie staat er nou vrijwillig zijn plaats af in een overvolle forensentrein?

© Marlies van Boekel